Blue Flower


 Voor het eerst op de hogeschool of universiteit?

 

Laat je niet ontmoedigen!

De taal van de wetenschap is moeilijk! Je zult dingen lezen en horen die je niet begrijpt. Maak er een gewoonte van moeilijke woorden op te zoeken en de betekenis te noteren in een speciaal boekje. Stilaan zal alles je duidelijker worden. Laat je niet ontmoedigen!

Je zult merken dat je heel wat – in jouw ogen – overbodige leerstof te verwerken krijgt. Soms lijkt het wel of het eerste jaar van de hogeschool of universiteit eerder een test van je uithoudingsvermogen, dan van je intelligentie is!

Iedereen studeert op zijn eigen tempo en op zijn eigen manier. Anderen studeren misschien beter en sneller dan jij, maar jij hebt andere kwaliteiten. Jij kent nog een extra taal of cultuur, je bent communicatievaardig ... allemaal troeven wanneer je later een job zoekt! Laat je niet ontmoedigen!

Zoek een manier om prettig te studeren. Luister je bijvoorbeeld na elk uur studeren naar één song. Drink je graag liters water? Studeer je al liggend of al lopend? Alles is goed, zolang je het volhoudt. Kies voor een realistisch doel. Is je doel 'Slagen', dan raak je misschien teleurgesteld. Is je doel 'Mijn best doen om te slagen', dan ligt je lot in je eigen handen.

 

 

 


 

 

 

Zo maak je aantekeningen!

 

Misschien moet je tijdens een hoorcollege of een vergadering aantekeningen maken. Dat is niet altijd makkelijk. Je moet tegelijk luisteren en schrijven. Dan moet je ter plekke ook nog beslissen:
Wat zijn de hoofdzaken?
Wat zijn de bijzaken?
Schrijf je woorden of zinnen?

De manier waarop je aantekening maakt is heel persoonlijk. Eerst en vooral moet je natuurlijk ergens zitten waar je de spreker goed kunt zien en horen. Belangrijk is ook dat je een rustig plekje vindt (ga dus niet naast je beste vriendin zitten).

Hierna volgen enkele tips.

 

1. Schrijf alleen de belangrijkste woorden op.

 

Die kun je later gebruiken als geheugensteun om je gegevens uit te werken.

bijv.:

Dit is wat je hoort:

"Uit onderzoek is het volgende gebleken: het onveiligheidsgevoel in Laken is groot.
Laken is een deelgemeente van Brussel. Jullie weten wel dat de
koning er een kasteel heeft. Oudere mensen durven na het donker niet meer naar buiten uit angst lastig gevallen te worden. Vrouwen die op straat lopen met korte rokjes worden voor hoer uitgescholden. Autoruiten worden ingeslagen. Winkeliers worden bedreigd en afgeperst. Laken is dus niet zo'n prettige gemeente om in te wonen. De gemeente probeert natuurlijk wel iets te doen. Er is een overlasttaks, maar het is de vraag of die efficiënt werkt. Uit de gegevens van het gerecht blijkt dat op een jaar tijd nog maar 2 boetes zijn uitgeschreven. De inwoners, zowel de allochtonen als de autochtonen, zijn het beu. Ze kijken naar de politie voor bescherming. Ze vinden dat de politie de overtreders strenger moet aanpakken. Er moet ook meer blauw op straat."

Dit is wat je schrijft:

Laken / onveiligheidsgevoel
oudere mensen / vrouwen / autoruiten / winkeliers
overlasttaks – 2 boetes
inwoners – politie strenger

 

2. Breng zo mogelijk al structuur aan

 

Luister met het hoofdthema in je achterhoofd. Eventueel schrijf je op voorhand een aantal vragen rond het thema op en noteer je de antwoorden op die vragen.

wie? / wat? / waar? / waarom? / wanneer? / hoe? / waardoor? / waartoe? / hoeveel? / hoe vaak? / hoe lang?

Bijv.: Je weet dat de les over het onveiligheidsgevoel zal gaan. Je maakt kaartjes met de vragen en schrijft erbij wat gezegd wordt.

Je kunt ook andere structuurwoorden gebruiken.

bijv.:

probleem: Laken / onveiligheidsgevoel
voorbeelden: oudere mensen / vrouwen / autoruiten / winkeliers bedreigd
oplossing: overlasttaks – 2 boetes
gevolg: inwoners – politie strenger

 

3. Gebruik afkortingen, tekens en symbolen

 

Maak zelf een lijstje van afkortingen die je geregeld kunt gebruiken. Let er wel op dat je consequent bent en altijd dezelfde afkorting gebruikt voor één begrip. Welke woorden kun je afkorten?
Dat kunnen woorden zijn die je binnen één hoorcollege nodig hebt:
bijv.: OV (onveiligheidsgevoel)
Dat kunnen woorden zijn die altijd weer terugkomen.
bijv.: PB (probleem) OL (oplossing) VB (voorbeeld)

Je kunt in de plaats van afkortingen ook tekens en symbolen gebruiken. Een groot ? is bijvoorbeeld snel gezet. Je kunt het bijv. in de marge zetten als je iets niet begrijpt en je wil een klasgenoot of de prof meer uitleg vragen.

thema: OV (onveiligheidsgevoel)
PB: Laken / onveiligheidsgevoel
VB: oudere mensen / vrouwen / autoruiten / winkeliers bedreigd
OL: overlasttaks – 2 boetes
gevolg: inwoners – politie strenger

 

4. Let op de aanwijzingen van de spreker

 

Laat de spreker een kleine stilte, dan kan dat betekenen:

 

  • de spreker gaat over op een ander thema
  • de spreker gaat iets belangrijks vertellen
  • de spreker is even de draad kwijt

 

Gebruikt de spreker handgebaren om iets belangrijks te onderstrepen?

 

5. Wacht niet te lang met het uitwerken van je aantekeningen.

Na een paar dagen ben je misschien een goed deel van de inhoud van wat je genoteerd bent, vergeten. Vergelijk je aantekeningen eventueel met die van een andere student. Misschien vind je wel iemand met wie je kunt samenwerken!